Normvergelijking en wetenschappelijke context
ICNIRP, het Nederlandse voorzorgbeleid en de SBM-2024 hanteren verschillende uitgangspunten bij het beoordelen van elektromagnetische velden. Hieronder leest u wat deze kaders betekenen en hoe meetwaarden zorgvuldig worden vergeleken.
Verschillende kaders, verschillende doelen
ICNIRP stelt wetenschappelijke blootstellingsrichtlijnen op ter bescherming tegen aangetoonde schadelijke effecten. Bij radiofrequente velden gaat het vooral om opwarming; bij laagfrequente velden om effecten van in het lichaam opgewekte elektrische velden, waaronder zenuwprikkeling. ICNIRP-richtlijnen zijn zelf geen wetgeving: welk kader van toepassing is, hangt af van de nationale regels en de blootstellingssituatie.
De SBM-2024 bevat bouwbiologische beoordelingswaarden voor slaapplaatsen. Dit is een aanvullend voorzorgskader met aanzienlijk lagere waarden. De categorieën hieronder geven de bouwbiologische beoordeling van meetwaarden weer en zijn geen wettelijke blootstellingslimieten.
Een eerlijke vergelijking vraagt om dezelfde frequentie, eenheid en meetmethode. Piekwaarden, effectieve waarden (rms) en langetermijngemiddelden zijn niet zonder meer uitwisselbaar.
Hoogfrequente velden (HF)
Voorbeelden van bronnen zijn wifi, DECT, bluetooth, 4G en 5G. De onderstaande SBM-2024-waarden hebben betrekking op de vermogensdichtheid bij slaapplaatsen. Bij de beoordeling van afzonderlijke radiofrequente bronnen gebruikt de SBM piekmetingen.
| SBM-2024-categorie | µW/m² |
|---|---|
| Geen afwijking | < 0,1 |
| Lichte afwijking | 0,1 – 10 |
| Sterke afwijking | 10 – 1.000 |
| Extreme afwijking | > 1.000 |
Het ICNIRP-referentieniveau is frequentieafhankelijk. Als voorbeeld geldt binnen ICNIRP 2020 voor het algemene publiek bij meer dan 2 tot 300 GHz een referentieniveau van 10 W/m² (10.000.000 µW/m²) voor blootstelling van het hele lichaam, gemiddeld over 30 minuten en de ruimte die het lichaam inneemt. Voor andere frequenties en lokale of kortdurende blootstelling gelden andere voorwaarden.
Dit gemiddelde kan niet rechtstreeks worden vergeleken met een SBM-piekmeting. Een waarde boven een SBM-categoriegrens betekent op zichzelf niet dat een officiële blootstellingsgrens wordt overschreden.
Magnetische wisselvelden (LF-M, 50 Hz)
Magnetische wisselvelden ontstaan wanneer er elektrische stroom loopt, bijvoorbeeld door kabels, hoogspanningslijnen of elektrische installaties. De onderstaande SBM-waarden geven aan hoe sterk het magnetische veld op een meetplek is. Bij wisselende belasting kan een duurmeting laten zien hoe deze veldsterkte gedurende de dag en nacht verandert
| SBM-2024-categorie | µT |
|---|---|
| Geen afwijking | < 0,02 |
| Lichte afwijking | 0,02 – 0,1 |
| Sterke afwijking | 0,1 – 0,5 |
| Extreme afwijking | > 0,5 |
Deze grenzen komen overeen met 20, 100 en 500 nT. Bij sterk wisselende velden adviseert de SBM een duurmeting, vooral tijdens de nacht. Daarbij wordt gekeken naar het 95e percentiel. Dat is de veldsterkte waar 95% van de meetwaarden onder blijft. Zo bepalen enkele korte uitschieters niet direct de beoordeling.
Voor magnetische wisselvelden van 50 Hz gebruiken Nederlandse netbeheerders een blootstellingslimiet van 100 µT, gebaseerd op de Europese aanbeveling uit 1999. ICNIRP verhoogde het referentieniveau in 2010 naar 200 µT, maar deze wijziging is niet overgenomen in het Nederlandse beleid.
In epidemiologisch onderzoek is een verband gevonden tussen langdurige gemiddelde blootstelling vanaf ongeveer 0,3–0,4 µT en kinderleukemie. Een oorzakelijk verband is daarmee niet aangetoond. Het Nederlandse voorzorgbeleid gebruikt 0,4 µT als jaargemiddelde bij het bepalen van magneetveldzones rond bovengrondse hoogspanningslijnen. Dit is geen algemene grens voor alle apparaten of woningen. Het herijkte beleid omvat daarnaast bronmaatregelen bij andere onderdelen van het elektriciteitsnet.
Elektrische wisselvelden (LF-E, 50 Hz)
Elektrische velden ontstaan wanneer er spanning aanwezig is, ook als er geen stroom loopt. Bij SBM-2024 hangt de beoordeling af van de meetmethode. Daarom staan hieronder twee afzonderlijke tabellen.
Meting met aardreferentie
| SBM-2024-categorie | V/m |
|---|---|
| Geen afwijking | < 1 |
| Lichte afwijking | 1 – 5 |
| Sterke afwijking | 5 – 50 |
| Extreme afwijking | > 50 |
Potentiaalvrije meting, zonder aardreferentie
| SBM-2024-categorie | V/m |
|---|---|
| Geen afwijking | < 0,3 |
| Lichte afwijking | 0,3 – 1,5 |
| Sterke afwijking | 1,5 – 10 |
| Extreme afwijking | > 10 |
In een meetrapport hoort te staan welke methode is gebruikt. Het ICNIRP-referentieniveau uit 2010 voor het algemene publiek is bij 50 Hz 5.000 V/m rms. De aanzienlijk lagere SBM-waarden dienen een ander beoordelingsdoel.
Wetenschappelijk onderzoek bij lagere blootstelling
Er wordt onderzoek gedaan naar mogelijke biologische effecten van radiofrequente velden, waaronder oxidatieve stress en effecten op DNA. Onderstaande publicaties belichten een deel van die literatuur; ze vormen geen volledig overzicht van alle wetenschappelijke beoordelingen.
Weller S.G. et al. (2025) brengen onderzoek naar radiofrequente blootstelling en genotoxiciteit in kaart. Het betreft een scoping review en evidence map van laboratorium-, dier- en epidemiologisch onderzoek.
Yakymenko I. et al. (online gepubliceerd in 2015) bespreken oxidatieve mechanismen in onderzoek naar radiofrequente straling met een lage intensiteit.
Voor de betekenis van zulke bevindingen zijn onder meer de onderzoeksopzet, blootstellingsomstandigheden, reproduceerbaarheid en kwaliteit van de studies van belang. Een biologische verandering is niet automatisch een schadelijk gezondheidseffect. Deze publicaties valideren de afzonderlijke SBM-categoriegrenzen niet als medische risicogrenzen.
Wat betekent dit in de praktijk?
EMV Bewust brengt elektromagnetische velden in uw woon- of werkomgeving technisch in kaart. Meetwaarden kunnen worden vergeleken met het relevante officiële kader en, voor slaapplaatsen, met de bouwbiologische SBM-2024. Daarbij worden meetmethode, frequentie en meetduur vermeld.
U krijgt uitleg over de resultaten en praktische mogelijkheden om blootstelling te verminderen.
Meer over de bouwbiologische beoordeling leest u op de pagina Richtlijnen.
Bronnen en verdere uitleg
ICNIRP 2010: laagfrequente velden ICNIRP 2020: radiofrequente velden SBM-2024: beoordelingswaarden voor slaapplaatsen RIVM: gezondheidseffecten van hoogspanningslijnen RIVM: herijkt voorzorgbeleid