Wat is EMV?
EMV staat voor elektromagnetische velden. Ze komen voor in de natuur en ontstaan ook door elektrische installaties, apparaten en draadloze communicatie.
Elektrische en magnetische velden
Spanning op een kabel veroorzaakt een elektrisch veld. Dit veld kan dus ook aanwezig zijn wanneer een aangesloten apparaat uitstaat. Wanneer er stroom loopt, ontstaat daarnaast een magnetisch veld.
Bij draadloze communicatie worden elektromagnetische golven uitgezonden. Denk aan wifi, bluetooth, mobiele telefoons en zendmasten.
Elektromagnetische velden zijn ook van nature aanwezig. Voorbeelden zijn het aardmagnetisch veld en zonlicht. De frequentie bepaalt om welk deel van het elektromagnetisch spectrum het gaat.
Hoe sterk een veld op een bepaalde plek is, hangt onder andere af van de bron, de afstand en het gebruik van apparaten. De veldsterkte kan gedurende de dag veranderen.
Binnenshuis kunnen bijvoorbeeld elektrische bedrading, adapters, omvormers en huishoudelijke apparaten bijdragen aan de gemeten velden. Buiten de woning kunnen zendmasten, transformatorstations, spoorlijnen en ondergrondse stroomkabels een rol spelen.
Niet-ioniserende en ioniserende straling
Niet-ioniserende straling
De elektrische, magnetische en hoogfrequente velden die ik meet, vallen binnen het niet-ioniserende deel van het elektromagnetisch spectrum. Ze hebben onvoldoende energie om elektronen rechtstreeks uit atomen of moleculen los te maken.
Voorbeelden zijn de velden van elektrische bedrading en apparaten, maar ook de signalen van wifi, bluetooth en mobiele netwerken. Ook zichtbaar licht behoort tot het niet-ioniserende deel van het spectrum.
Niet-ioniserend betekent niet automatisch dat er onder alle omstandigheden geen effecten kunnen optreden. De aard en sterkte van de blootstelling blijven van belang.
Ioniserende straling
Röntgenstraling en gammastraling hebben voldoende energie om elektronen uit atomen of moleculen los te maken. Hierdoor kan schade aan cellen en DNA ontstaan.
Deze vormen van straling vallen buiten mijn werkgebied.
Het elektromagnetisch spectrum
Het elektromagnetisch spectrum loopt van zeer lage tot extreem hoge frequenties. Frequentie geeft aan hoe vaak een veld per seconde wisselt en wordt uitgedrukt in hertz, afgekort Hz.
Bij mijn metingen maak ik onderscheid tussen laagfrequente elektrische en magnetische velden en hoogfrequente velden van draadloze communicatie.
Laagfrequente velden
Bij elektrische installaties en apparaten is vooral de netfrequentie van 50 Hz van belang. Daarnaast kunnen hogere frequenties aanwezig zijn, bijvoorbeeld door elektronische voedingen en omvormers.
Elektrische en magnetische velden worden afzonderlijk gemeten. Elektrische veldsterkte wordt weergegeven in V/m. Magnetische veldsterkte wordt weergegeven in nT of µT.
Bij een magnetische meting wordt in drie richtingen gemeten. Zo wordt rekening gehouden met de richting van het veld en ontstaat een compleet beeld van de veldsterkte op de meetplek.
Een duurmeting laat zien hoe het magnetische veld gedurende een langere periode verandert. Dit kan bijvoorbeeld helpen om verschillen tussen dag en nacht of terugkerende pieken zichtbaar te maken.
Hoogfrequente velden
Hoogfrequente velden worden gebruikt voor draadloze communicatie. Voorbeelden zijn radio, mobiele netwerken, wifi, bluetooth en DECT-telefoons.
Bij mijn hoogfrequente metingen werk ik met apparatuur binnen een gezamenlijk meetbereik van 27 MHz tot 10 GHz. De gebruikte meter en antenne worden afgestemd op de bron en de situatie.
De meetwaarden worden doorgaans weergegeven in µW/m², oftewel microwatt per vierkante meter. Deze eenheid geeft de vermogensdichtheid van het signaal aan.
De signalen kunnen in de tijd veranderen, bijvoorbeeld wanneer apparaten gegevens verzenden of wanneer het gebruik van een mobiel netwerk toeneemt. Daarom zijn ook het meetmoment en de meetduur van belang.
Licht als onderdeel van het spectrum
Zichtbaar licht maakt eveneens deel uit van het elektromagnetisch spectrum. Daglicht en kunstlicht beïnvloeden hoe we een ruimte ervaren. Ook spelen de hoeveelheid licht en het tijdstip van blootstelling een rol bij ons dag- en nachtritme.
Bij kunstlicht kan ik onder andere kijken naar de verlichtingssterkte, de kleurtemperatuur, de samenstelling van het licht en eventuele flikkering.
De verlichtingssterkte wordt gemeten in lux en geeft aan hoeveel licht op een oppervlak valt. De kleurtemperatuur geeft aan of het licht een warme of koele uitstraling heeft.
Een lichtmeting kan helpen om de verlichting beter af te stemmen op het gebruik van een ruimte.
Waarom EMV meten?
Een meting maakt zichtbaar welke elektromagnetische velden op een meetplek aanwezig zijn en hoe sterk deze zijn. Door op verschillende plaatsen te meten en apparaten gericht te onderzoeken, kunnen mogelijke bronnen worden opgespoord.
Zo krijgt u inzicht in de situatie en in praktische mogelijkheden om de blootstelling te verminderen. Soms is een eenvoudige aanpassing voldoende, zoals het verplaatsen van een apparaat of het uitschakelen van een ongebruikte draadloze functie.
Een korte meting geeft een beeld van de situatie op dat moment. Wanneer de velden sterk wisselen, kan een aanvullende duurmeting helpen om terugkerende patronen en verschillen tussen dag en nacht te herkennen.
Voor de beoordeling van slaapplaatsen gebruik ik de bouwbiologische richtwaarden van de SBM-2024. Deze geven vanuit voorzorg richting aan het verminderen van blootstelling.