Afgelopen september ben ik naar Iphofen in Duitsland geweest om bij IMS een aantal seminars en workshops te volgen op het gebied van bouwbiologische meettechniek. Een mooie gelegenheid om mijn kennis verder te verdiepen, mijn eigen manier van meten kritisch te bekijken en ervaringen uit te wisselen met andere meetspecialisten en bouwbiologen.
Het grootste gedeelte van de seminars werd geleid door Dr. Moldan en Martin Virnich. Daarbij lag de nadruk niet alleen op theorie, maar vooral op de praktijk: hoe meet je, waar moet je op letten en hoe interpreteer je wat je meet?
Roman Schilling verzorgde het gedeelte rondom hoogfrequente velden, verschillende HF-meettechnieken en de tinySA.
HF-metingen verder aanscherpen
Veel van de behandelde HF-meettechnieken waren voor mij vanuit mijn eigen praktijk al bekend. Toch zijn het soms juist de kleine details waarmee je een meting verder kunt aanscherpen. Denk aan de manier waarop je een antenne beweegt en positioneert, maar ook aan de manier waarop je een bepaalde meetsituatie benadert.
Dat konden we ook in de praktijk testen. In groepen voerden we onder begeleiding van de seminarleiders HF-metingen uit met de HF59B van Gigahertz Solutions. Iedereen gebruikte dezelfde apparatuur en dezelfde meetmethode. Door de resultaten achteraf met elkaar te vergelijken werd zichtbaar waar in de praktische uitvoering nog kleine verbeteringen mogelijk waren.
Dat vind ik waardevol aan dit soort seminars. Verbetering zit niet altijd in nieuwe of geavanceerdere meetapparatuur, maar soms juist in een klein detail in de meetmethode.
Een andere kijk op HF-meetwaarden
Interessant vond ik ook de richtlijn van Roman Schilling voor de beoordeling van hoogfrequente velden.
De SBM-2024 werkt met verschillende categorieën voor de beoordeling van meetwaarden. Roman heeft daar een meer gedetailleerde en visuele benadering naast gezet, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen dag en nacht en tussen mensen die wel of niet gevoelig reageren op elektromagnetische velden.
Voor mij is dit een interessante aanvulling op de SBM-2024. Op mijn pagina over EMV-richtlijnen en de SBM-2024 leg ik deze methode uitgebreider uit en is ook het bijbehorende diagram te bekijken.
HF meten over langere tijd
Ook HF-duurmetingen kwamen aan bod. Draadloze signalen zijn niet altijd constant. De situatie kan gedurende de dag veranderen en sommige signalen of pieken zijn slechts kort aanwezig.
Roman Schilling heeft software ontwikkeld waarmee de tinySA gebruikt kan worden om hoogfrequente signalen gedurende langere tijd te registreren. Zo kan gedurende een dag of nacht worden gevolgd welke hoogfrequente signalen aanwezig zijn, hoe sterk deze zijn en op welke momenten veranderingen of korte pieken optreden.
Voor laagfrequente magnetische velden maak ik al regelmatig gebruik van duurmetingen. Met deze techniek kan ik straks ook bij hoogfrequente velden beter onderzoeken wat er gedurende een langere periode gebeurt, bijvoorbeeld tijdens de nacht. Dat geeft informatie die je met alleen een momentmeting gemakkelijk kunt missen.
Ik ben van plan deze manier van meten de komende tijd verder in mijn eigen meetpraktijk te gaan inzetten.
Magnetische velden, elektrische installaties en zwerfstromen
Naast HF was er veel aandacht voor laagfrequente elektrische en magnetische velden. Een praktische workshop ging specifiek over magnetische wisselvelden en de elektrische installatie daarachter.
We keken onder andere naar verschillende netstelsels en naar fout-, vereffenings- en zwerfstromen. Een verhoogd magnetisch veld hoeft namelijk niet altijd afkomstig te zijn van een apparaat dat zich vlak bij de meetplek bevindt. De oorzaak kan ook verderop liggen, bijvoorbeeld in de manier waarop elektrische stromen door de installatie of via andere geleidende delen van een gebouw lopen.
Dat is in de praktijk belangrijk. Alleen vaststellen dát er een verhoogd magnetisch veld aanwezig is, vertelt nog niet waar het vandaan komt. Juist het zoeken naar de bron en de stroomroute is een belangrijk onderdeel van een goede meting.
Ook zonnepanelen, omvormers, balkon-PV en thuisaccu’s kwamen aan bod. Door de toename van vermogenselektronica worden elektrische installaties steeds complexer. Ook hierbij is het daarom belangrijk om niet alleen naar een meetwaarde te kijken, maar te onderzoeken waar deze vandaan komt.
Ervaringen uitwisselen
Minstens zo waardevol als de seminars zelf vond ik het contact met andere meetspecialisten en bouwbiologen.
Iedereen brengt zijn eigen kennis en praktijkervaring mee. Daardoor gingen de gesprekken ook buiten de seminars regelmatig verder over meetapparatuur, bijzondere meetsituaties en verschillende manieren om een probleem te onderzoeken.
Het was interessant om te zien welke apparatuur anderen gebruiken, hoe zij bepaalde situaties aanpakken en ervaringen uit de praktijk met elkaar te vergelijken.
En natuurlijk was er ook tijd om samen te eten, iets te drinken en elkaar beter te leren kennen. Die combinatie van technische verdieping en het uitwisselen van ervaringen maakte de dagen in Iphofen voor mij bijzonder waardevol.
Binnenkort weer naar Duitsland
Over twee weken ga ik opnieuw naar Duitsland, ditmaal voor een seminar over laagfrequent geluid en infrageluid.
Dit is voor mij een relatief nieuw meetgebied. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het geluidsniveau, maar bijvoorbeeld ook naar het frequentiespectrum, het verloop in de tijd en het herkennen en lokaliseren van mogelijke bronnen. Ook komen verschillende soorten meetapparatuur en analysemethoden aan bod.
Ik ben benieuwd welke nieuwe praktische kennis ik daar weer mee naar huis zal nemen.
De seminars in Iphofen hebben mij in ieder geval opnieuw laten zien dat je binnen dit vak nooit uitgeleerd bent. Soms ontdek je een nieuwe meetmogelijkheid, maar minstens zo vaak zit de winst in een klein detail waarmee je een bestaande meting verder kunt verbeteren.
En uiteindelijk is dat waar het voor mij om draait: steeds beter begrijpen wat er in een woning gebeurt en dat zo zorgvuldig mogelijk in kaart brengen.
